Sport Brace Shop.nl Logo De Nek  
 
 
 
 
 
Whiplash  
   
Een bepaald klachtenpatroon dat we vooral zien bij mensen die als inzittende van een
auto betrokken zijn bij een ongeval. Klassiek is de aanrijding van achteren, doch ook
bij zijdelingse of frontale aanrijdingen kan het optreden. Op de nek werken grote krachten
in door de versnelling en vertraging van het ongeval. Daardoor kunnen letsels optreden
zowel van de botten, als de banden en spieren.

Er is nog onvoldoende inzicht in het mechanisme van het whiplash letsel, alhoewel er
veel botsproeven (ook met proefdieren) zijn gesimuleerd. In de praktijk blijkt dat er
meestal geen aantoonbare beschadiging als oorzaak voor de klachten kan worden gevonden.

Beloop van het whiplash letsel

Bij 70% van de slachtoffers verdwijnen de klachten binnen 3-6 maanden.
Bij 30% echter blijken zich chronische klachten te ontwikkelen met beperkingen in
de dagelijkse activiteiten.
Bij 10% bestaan er voor onbepaalde tijd ernstige pijnklachten.

Belangrijkste probleem is dat om onduidelijke redenen de klachten niet verdwijnen maar
chronische worden, ondanks dat geen lichamelijke afwijkingen kan worden gevonden.
In die fase van chronisch worden treden allerlei gedragsmatige factoren op waardoor
het beloop nog extra ongunstig wordt beïnvloed, soms zelfs zodanig dat deze factoren de
klachten ontstaan door het letsel zelf gaan overheersen.

Quebec Taskforce

Een groep wetenschappers is bijeen gekomen en heeft een indeling gemaakt in de klachten
optredend na een whiplash letsel.

Zij onderscheiden een viertal klassen:

    1. Klasse 1 is nekpijn en stijfheid zonder lichamelijke afwijkingen
    2. Klasse 2 is nekpijn met bewegingsbeperking door spier en gewricht letsel
    3. Klasse 3 is nekklachten met verschijnselen van zenuwuitval
    4. Klasse 4 is nekklachten met breuken van wervels

Opvallend is dat hetzelfde scala aan klachten in alle 4 de klassen kan voorkomen.

Klachten spectrum

  • Pijn van het bewegingsapparaat zoals hoofdpijn, nekpijn, pijn in de schouders en rug.
        Stijfheid en verminderde beweeglijkheid, krachtsverlies en tintelingen.
  • Klachten van concentratie en geheugen (cognitieve klachten)
  • Klachten van misselijkheid en braken (vegetatieve klachten)
  • Klachten van de zintuigen zoals duizelig, overgevoeligheid voor licht en geluid
  • Slaapstoornissen of juist extreme vermoeidheid
  • Veranderingen in persoonlijkheid zoals geïrriteerd, emotioneler
  • Seksuele problemen.
  •  
     
      home | klachten index
     
     
     
    De nekhernia
     
    Een hernia (Hernia Nuclei Pulposi, HNP) is een uitstulping van de tussenwervelschijf.
    Deze uitstulping drukt op een zenuw, waardoor pijnklachten ontstaan.

    Hernia operaties zijn zeer frequent door neurochirurgen uitgevoerde ingrepen.
    Van de bijna 11.000 die er elk jaar in Nederland worden gedaan nemen de neurochirurgen
    er ruim 9000 voor hun rekening. Hernia's kunnen overal in de wervelkolom voorkomen.
    Het meest voorkomend zijn hernia's onder in de rug, gevolgd door die in de nek.
    De verhouding rug:nek is ongeveer 7:1.

    De halswervelkolom bestaat uit zeven wervels.
    De meeste bewegingen en de grootste bewegingsmogelijkheid bestaat tussen de atlas
    en de draaier, resp. de eerste en tweede nekwervel.
    Tussen twee wervellichamen ligt telkens een tussenwervelschijf.
    Deze schijven verhogen de elasticiteit en de bewegingsmogelijkheden van de wervelkolom.

    In het wervelkanaal verloopt het ruggenmerg, en telkens tussen twee wervels verlaten
    links en rechts twee zenuwwortels het wervelkanaal. De meest voorkomende nekhernia's
    liggen tussen de 6e en de 7e wervel, maar ze kunnen ook op de andere niveaus voorkomen.

    Slijtage of degeneratie van een tussenwervelschijf is een normaal proces dat bij iedereen
    in meerdere of mindere mate plaatsvindt. Daarbij kan de tussenwervelschijf gaan uitpuilen,
    er kan echter ook een scheur in de vezelring optreden.
    Hier doorheen kunnen stukken uit de kern naar achteren gedrukt worden in de richting
    van het wervelkanaal. Meestal scheurt de ring op de zwakste plek, en dat is precies waar
    de zenuwwortel het wervelkanaal verlaat.
    Iedereen kan een hernia krijgen, en waarom dit bij de een wel en bij de ander niet
    gebeurt is niet bekend. Wel zie je hernia's iets vaker in bepaalde families optreden.

    Vaak gaan nekklachten aan het optreden van een hernia vooraf.
    De verschijnselen van de hernia bestaan uit pijn die in de arm uitstraalt, eventueel met
    een doof of prikkelend gevoel. Deze pijn treedt min of meer op in het verzorgingsgebied
    van de zenuw waarop de druk wordt uitgeoefend, al is dit niet zo typisch als bij de hernia
    onderin de rug. Druk op de zenuw kan een verlies van functie van de zenuw betekenen.

    De functie van de zenuw is tweeledig: de zenuw verzorgt de spieren, maar ook een huidgebied.
    Iedere zenuw heeft zijn "eigen" spier en huidgebied. De stoornissen die kunnen optreden
    kunnen bestaan uit verlammingsverschijnselen van een of meer spieren, of een prikkelend dan
    wel doof gevoel. Omdat bij hoesten, niezen en persen (HNP) de druk in het wervelkanaal wordt
    verhoogd, dus ook op de zenuwwortel, kan de pijnuitstraling toenemen.
    Als er sprake is van een grote, meer in het midden gelegen hernia (eventueel bij een al nauw
    wervelkanaal), kan het zijn dat er vooral druk wordt uitgeoefend op het ruggenmerg.
    Dit geeft dan verschijnselen aan de benen, zoals loopstoornissen. Dit zijn dezelfde
    verschijnselen als die welke optreden bij de vernauwing van het wervelkanaal door een
    benige oorzaak.

    Om aan te tonen dat de pijn in de arm inderdaad veroorzaakt wordt door het uitstulpen van
    de tussenwervelschijf moet verder onderzoek gebeuren. Meestal zijn er al "gewone" foto's
    van de nek gemaakt, die alleen iets zeggen over de botten (wervels) Er zijn 2 soorten
    onderzoek die de hernia zelf zichtbaar kunnen maken:

  • MRI . Dit is het onderzoek van eerste keuze.
        Het is vooral geschikt voor het zichtbaar maken van de weke delen (tussenwervelschijf,
        zenuwwortel) maar laat de benige structuren minder goed zien.
  • CT-scan met contrast in het wervelkanaal, eventueel samen met een gewoon
        Röntgenonderzoek van het wervelkanaal.
        Dit onderzoek is vooral geschikt om de botstructuren weer te geven.
        Het onderzoek lijkt op de caudagrafie.
        Dit onderzoek wordt alleen nog in bijzondere gevallen gedaan, nl.
        wanneer de MRI onvoldoende informatie geeft of om andere redenen niet kan
        worden verricht.
  •  
     
      home | klachten index